Naar hoofdinhoud

PARAGRAAF 2.

Artikel 10

De hoogte en de duur van de maatregel of de weigering

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Leidschendam-Voorburg 2015

1.. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 9 en 9a, vastgesteld op: tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie; twintig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie; vijftig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie; 2.. In afwijking van het eerste lid sub c wordt bij de gedraging van genoemd in artikel 9 lid 3 onder a de maatregel vastgesteld op vijf procent van de bijstandsnorm gedurende een maand. 3.. De hoogte van de maatregel als bedoeld in het eerste lid sub a, b en c wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel of een verlaging is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. 4.. Bij volharding in dezelfde verwijtbare gedraging kan, na toepassing van het tweede en derde lid, de maatregel in hoogte of duur verder worden verzwaard met dien verstande dat een maatregel altijd voor bepaalde tijd wordt opgelegd en binnen een maximale periode van drie maanden heroverwogen dient te worden. 5.. Indien tijdens de heroverweging bij toepassing van lid 4 wordt besloten de maatregel te beëindigen en belanghebbende maakt zich binnen 12 maanden na het beëindigingsbesluit wederom schuldig aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie, kan de maatregel als genoemd in lid 4 worden voortgezet. De totale termijn waarover de maatregel wordt opgelegd bedraagt hierbij maximaal 12 maanden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel