Deze verordening verstaat onder:
Monument:
Alle vóór tenminste vijftig jaar vervaardigde zaken
welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid,
hun betekenis voor de wetenschap of hun
cultuurhistorische waarde
Terreinen die van algemeen belang zijn wegens daar
aanwezige zaken als bedoeld onder a.
Archeologische monumenten:
de monumenten, bedoeld in onderdeel 1, onder a;
3.Beschermd gemeentelijk monument:
onroerend monument welke door burgemeester en wethouders is ingeschreven
in het ingevolge deze verordening vastgestelde register;
4.Eigenaar:
de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die het recht van eigendom of
een ander zakelijk recht heeft op een monument.
5.Onderhoud:
sober en doelmatig uit te voeren periodieke werkzaamheden, normaal
onderhoud te boven gaand, die erop gericht zijn de bouwkundige staat van
een monument in stand te houden of toekomstig groot onderhoud of
restauratie te voorkomen of uit te stellen.
6.Restauratie:
het op sobere wijze treffen van voorzieningen tot opheffing van
(bouwtechnische) gebreken, die het normale onderhoud te boven gaan,
noodzakelijk voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarde van
het gemeentelijke monument
7.Beschermde stads- en dorpsgezichten
stads- en dorpsgezichten die door Onze minister van OC en W en Onze
Minister van VROM als zodanig ingevolge artikel 35 van de Monumentenwet
zijn aangewezen, met ingang van de datum van publicatie van die
aanwijzing in de Nederlandse Staatscourant.
8.Monumentencommissie:
de door burgemeester en wethouders ingestelde commissie of aangewezen
instantie, met als taak burgemeester en wethouders op verzoek of uit
eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988
en het gemeentelijk monumentenbeleid;
Hoofdstuk 1
Artikel 1
- Begripsbepalingen
Onderdeel van Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Montfoort 2005