Bij hun beslissing op aanvragen om subsidie ingevolge artikel 7 kunnen
burgemeester en wethouders rekening houden met:
de prioriteit die het treffen van de voorzieningen in het kader
van stadsvernieuwing of herstructurering heeft;
de monumentale waarde van de onroerende zaak;
de bouwtechnische en uiterlijke staat van de onroerende zaak,
mede in relatie tot zijn omgeving;
het huidige en toekomstige gebruik van de onroerende zaak;
de wijze van exploitatie van de onroerende zaak;
de mate waarin de werkzaamheden, verbonden aan het treffen van
de voorzieningen worden verricht door de eigenaar, anders dan in
de uitoefening van zijn bedrijf, al dan niet met hulp van
anderen, zonder dat bij de hulp sprake is van uitoefening van
een bedrijf.
Hoofdstuk 3
Artikel 14
– Afwegingsgronden
Onderdeel van Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Montfoort 2005