Een hulpvraag kan door of namens de burger schriftelijk, elektronisch, mondeling of telefonisch bij het College worden gedaan. De cliënt zelf kan een melding doen, maar ook iemand anders namens de cliënt. Iemand anders is breed gedefinieerd en kan de vertegenwoordiger zijn, maar ook een mantelzorger, partner, familielid, buurman of iemand anders die betrokken is bij cliënt.
De melding bevat een hulpvraag en ontvangst van de melding wordt door het College schriftelijk bevestigd. Daarbij is het College vanuit de Wmo 2015 verplicht de burger te wijzen op de mogelijkheid kosteloos een beroep te doen op cliëntondersteuning. Dit gebeurt voordat het onderzoek is gestart.
Als er sprake is van een spoedeisend geval waarin onmiddellijk opvang noodzakelijk is, al dan niet in verband met de risico’s voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, kan het college direct na de melding een tijdelijke maatwerkvoorziening inzetten. Daarna wordt onderzocht of er een permanente maatwerkvoorziening nodig is. Als uit het onderzoek blijkt dat de cliënt opvang of beschermd wonen nodig heeft, dan wordt cliënt gemeld bij de Centrale Intake Maatschappelijke Opvang Twente (Cimot).Vanuit daar wordt, samen met de gemeente en de cliënt, de noodzaak beoordeeld. Als een voorziening in de vorm van opvang of beschermd wonen noodzakelijk blijkt, dan wordt bij voorkeur een plaats in de gemeente van herkomst gerealiseerd.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Melding van een hulpvraag
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2015 gemeente Rijssen-Holten