Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1.4

Resultaat 4: ondersteuning bij het zelfstandig leven

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2015 gemeente Rijssen-Holten

Inleiding Deze vorm van ondersteuning wordt over het algemeen individueel ingevuld. Op het moment dat dit ook in groepsverband kan plaatsvinden, is die vorm van ondersteuning (bij maatschappelijke deelname) voorliggend. Ondersteuning vanuit een groep is namelijk goedkoper dan individuele ondersteuning. Ondersteuning zelfstandig leven bestaat uit drie maatwerkvoorzieningen (3 niveaus). Deze ondersteuning kan gericht zijn op de volgende resultaten (deze lijst is niet limitatief): Cliënt is in staat om: •zijn financiële situatie gezond te houden; •te voorzien in zijn eerste levensbehoeften; •taken uit te voeren rondom het huis; •isolement te voorkomen; •besluiten te nemen; •zichzelf te verzorgen; •op een passende manier voor zichzelf op te komen; •met minimale ondersteuning stabiel te functioneren en te participeren in de maatschappij; •zelfstandig thuis te blijven wonen; •zich zelfstandig te verplaatsen met algemeen gebruikelijke vervoersmiddelen. •gezond te leven en kan hier naar ook handelen (voeding en beweging). Cliënt beschikt over: •ADL-vaardigheden (5% persoonlijke verzorging); •werknemersvaardigheden. Verder kan tot de resultaten behoren dat de omgeving van de cliënt in staat is om met (de gevolgen van) de beperking van cliënt om te kunnen gaan. De omvang wordt gebaseerd op een verdeling in drie niveaus (1,2,3). Ondersteuning zelfstandig leven 1 Kernbegrippen: stimuleren en toezicht. •De ondersteuning is er op gericht door stimulans en/of toezicht ervoor te zorgen dat de cliënt in staat is om zijn/haar sociale leven zelfstandig vorm te geven; •Er is geen noodzaak tot het overnemen van taken, bijvoorbeeld bij de dagelijkse routine en met het uitvoeren van vooral complexere activiteiten. De cliënt kan zelf om ondersteuning vragen, maar stimuleren en toezicht zijn wel noodzakelijk. Ondersteuning zelfstandig leven 2 Kernbegrip: helpen bij. • De ondersteuning wordt geboden bij het oplossen van problemen, het zelfstandig nemen van besluiten, het regelen van dagelijkse bezigheden en de dagelijkse routine (gebrek aan dag –en nachtritme) die voor de cliënt niet vanzelfsprekend zijn. Deze problemen kunnen zodanige vormen aannemen dat de cliënt afhankelijk is van ondersteuning; • De communicatie gaat niet altijd vanzelf doordat de cliënt soms niet goed begrijpt wat anderen zeggen en/of zichzelf niet voldoende begrijpelijk kan maken; • Het niet inzetten van ondersteuning kan leiden tot verwaarlozing/opname. Ondersteuning zelfstandig leven 3 Kernbegrip: overnemen en regie. •De ondersteuning richt zich op het overnemen van taken door een professional, omdat de cliënt ernstige problemen heeft. Het gaat dan bijvoorbeeld om ondersteuning bij complexe taken die voor de cliënt moeten worden overgenomen. Ook het uitvoeren van eenvoudige taken en communiceren gaan moeizaam. De cliënt kan niet zelfstandig problemen oplossen en/of besluiten nemen; •Voor de dagstructuur en het voeren van regie is de cliënt afhankelijk van de ondersteuning van anderen. Afwegingskader Als uit het onderzoek duidelijk is geworden dat een maatwerkvoorziening nodig is om cliënt te ondersteunen dan wordt Hoofdstuk 7 Begeleiding van de CIZ indicatiewijzer (januari 2014) gebruikt als handvat voor het toekennen van een maatwerkvoorziening. Dit hoofdstuk geeft een goed beeld hoe de indicatiestelling onder de AWBZ verliep. In paragraaf 7.4 en de bijlage bij hoofdstuk 7 (zie bijlage 4 bij deze beleidsregels) staat beschreven hoe te komen tot een indicatie en welke omvang deze indicatie kan hebben. Dit is een hulpmiddel om te komen tot een maatwerkvoorziening. Indien er argumenten zijn om hiervan af te wijken, dan is dat mogelijk. Het college stelt de mate van ondersteuning vast in uren. Als de ondersteuning zich richt op toezicht houden op of begeleiden bij de persoonlijke verzorging (overname van deze verzorging valt niet onder de Wmo) valt deze ondersteuning onder de 5% persoonlijke verzorging die vanuit de AWBZ is overgeheveld naar de Wmo. Voor deze mensen geldt dat er over het algemeen geen sprake is van een somatische aandoening en/of primaire medische problematiek, maar in de regel behoefte aan ondersteuning en begeleiding bij ADL, in plaats van het overnemen ervan. Dit komt met name voor bij mensen met een verstandelijke beperking, zintuiglijke beperking en psychiatrische problematiek.

Rechtspraak bij dit artikel