De leidinggevende toetst jaarlijks of de aan de ambtenaar op te dragen taken nog in overeenstemming zijn met de karakteristiek van de toegedeelde functie.
Onverminderd het eerste lid kan een ambtenaar een gemotiveerd verzoek indienen bij de leidinggevende voor toetsing van zijn taken aan zijn functie.
De toetsing vindt plaats aan de hand van de in het persoonlijke werkplan aan de ambtenaar op te dragen taken of werkzaamheden en te leve¬ren producten.
De leidinggevende doet mededeling van de bevindingen van zijn toetsing aan de ambtenaar. De ambtenaar kan daarover schriftelijk zijn afwijkende mening kenbaar maken.
De leidinggevende legt zijn bevindingen voor aan het college met -voor zover aan de orde- de schriftelijke mening van de ambtenaar.
Burgemeester en wethouders beslissen over de toedeling van een andere functie uit het functieboek met inachtneming van de procedure genoemd in artikel 5 van deze regeling.
Als voor het toedelen van een functie een wijziging van het functieboek nodig is, is artikel 2, derde lid van toepassing.
Hoofdstuk 1
Artikel 3