Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Verordening geldelijke voorzieningen leden bijzondere commissies 2007

Vergoedingen voor het bijwonen van vergaderingen en voor de overige werkzaamheden Het lid van een bijzondere commissie ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen van een bijzondere commissie en haar subcommissies een vergoeding die gelijk is aan tweemaal het bedrag, vermeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien. Het lid van een bijzondere commissie ontvangt voor onderzoekswerkzaamheden uit hoofde van het commissielidmaatschap; het vertegenwoordigen van de bijzondere commissie in overlegsituaties en andere werkzaamheden, voortvloeiende uit het lidmaatschap van de bijzondere commissie, per activiteit, een vergoeding die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien. De bijzondere commissie stelt nadere regelen ten aanzien van de activiteiten, die voor vergoeding in aanmerking komen. Het bepaalde in het eerste lid en tweede lid is niet van toepassing op degene die als lid van een bijzondere commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt. Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een bijzondere commissie als raadslid of wethouder; uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd; als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient. Uitbetaling van de vergoedingen voor het bijwonen van vergaderingen en voor de overige werkzaamheden en eventuele reis- en verblijfkosten, bedoeld in artikel 3, vindt plaats aan rechthebbende.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel