Om aan het gemeentelijke beleid vorm te geven en uitvoering te geven aan artikel 12 c en 18 c. van de Verordening Leerlingenvervoer Stichtse Vecht 2015 zal bij elke nieuwe aanvraag een gesprek worden gevoerd met de ouders/verzorgers van de leerling.
Met de ouders van leerlingen die in het schooljaar 2014/2015 al gebruik maken van de regeling leerlingenvervoer zal een eerste gesprek plaatsvinden in het jaar dat de leerling 10 ( voor leerlingen primair onderwijs ) respectievelijk 14 jaar ( voor leerlingen voortgezet onderwijs ) wordt.
Het gesprek zal na twee jaar worden herhaald tenzij er overtuigende redenen zijn om aan te nemen dat de situatie niet verandert.
In het gesprek zullen aan de orde komen:
a) De mogelijkheden die de ouders hebben om al dan niet met behulp van hun sociale netwerk of andere ouders het vervoer van hun kind zelf uit te ( laten) voeren, dan wel met eigen vervoer, dan wel door hun kind te begeleiden in het openbaar vervoer. Hierbij kunnen o.a. worden betrokken de werktijden van de ouder(s), de aanwezigheid van andere (schoolgaande) kinderen, de samenstelling van het gezin en eventuele medische belemmeringen.
Slechts indien uit dit gesprek en te overleggen bewijzen blijkt dat het begeleiden of zelf brengen van een leerling door de ouders of anderen onmogelijk is, dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zou leiden en een andere oplossing onmogelijk is, verstrekt het college aan de ouders van de leerling bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer .
b) Met de ouders van elke leerling ouder dan 9 jaar die geen structurele handicap heeft waardoor zelfstandig reizen met OV nu en in de toekomst uitgesloten is, zullen de mogelijkheden worden besproken om de leerling met het openbaar vervoer te (leren) reizen en welke ondersteuning hierbij nodig is.
Ad a)Richtlijnen toekenning aangepast vervoer
Bij de beoordeling van de mogelijkheden van de ouders om het vervoer zelf uit te (laten) voeren dan wel het kind te begeleiden in het openbaar vervoer worden de volgende richtlijnen gehanteerd:
a)de reistijd per openbaar vervoer of de reistijd met eigen vervoer gaat voor de begeleider een bepaalde tijd te boven. De begeleiding van een leerling mag een begeleider, indien deze is aangewezen op openbaar vervoer, maximaal drie uur per dag kosten. Met eigen vervoer is de maximale begeleidingstijd perdag twee uur. b) het betreft een eenoudergezin waarin nog een kind jonger dan 9 jaar is, dat nog niet zelfstandig naar school kan gaan of waarbij de ouder werkt of een dagopleiding volgt en werk- of lestijden het onmogelijk maken het kind te begeleiden.
c) het betreft een één oudergezin waar een kind door een medische aandoening extra zorg van de ouder nodig heeft. Dit dient door een medische deskundige te worden vastgesteld en ouders dienen hiervoor een medische verklaring te leveren.
d) door een medisch deskundige is vastgesteld dat er medische redenen zijn die ouders belemmeren het kind te begeleiden.
Ad b) Richtlijnen beoordeling zelfstandig reizenBij de beoordeling van de mogelijkheid van het kind om zelfstandig met openbaar vervoer te reizen wordt het advies van de school, respectievelijk het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs betrokken. Als er twijfel bestaat of een kind in staat is zelfstandig of onder begeleiding de school te bezoeken, dan kan door de gemeente een onafhankelijk medisch onderzoek worden aangevraagd.