De leden van de commissie hebben volstrekte geheimhoudingsplicht omtrent hetgeen direct of indirect aan hen als lid van de commissie ter kennis is gekomen.
Deze geheimhoudingsplicht geldt ook tegenover de leden van de gemeenteraad en van het college van burgemeester en wethouders, met uitzondering van het bepaalde in artikel 2, vijfde lid.
Deze geheimhoudingsplicht geldt zowel tijdens het bestaan van de commissie als na ontbinding van de commissie.
De geheimhoudingsplicht geldt ook voor de griffier en de adviseur.
Schending van de geheimhoudingsplicht is strafbaar op grond van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht.