Naar hoofdinhoud
Na het melden van de nevenwerkzaamheden weegt het college af of er gronden zijn om de nevenwerkzaamheden te verbieden. Ter beoordeling toetst het college de volgende punten: het karakter van de nevenwerkzaamheden; de functie van de medewerker in de organisatie; het gebied waarin de nevenwerkzaamheden worden verricht; de vraag of er verwevenheid met de hoofdfunctie is; de vraag of de integriteit van de medewerker in het geding kan komen; de vraag of het risico bestaat dat ambtelijke informatie bij de uitoefening van nevenwerkzaamheden kan worden misbruikt; de reputatie van het bedrijf of de branche waarin de nevenwerkzaamheden worden verricht; de vraag of zich in belangrijke mate publieke effecten kunnen voordoen waardoor op zichzelf aanvaardbare nevenwerkzaamheden toch extern negatief beoordeeld worden; de zwaarte van de nevenwerkzaamheden.

Rechtspraak bij dit artikel