Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Aflossing geldlening

Onderdeel van Beleidsregels Krediethypotheek De Friese Meren

1.. Aflossing van de geldlening vindt plaats gedurende tien jaar. 2.. De aflossing vangt uiterlijk aan 24 maanden na het moment van beëindiging van de bijstandverlening en vindt maandelijks plaats. 3.. Het maandbedrag van de aflossing wordt telkens voor de periode van een jaar vastgesteld. 4.. Bij een inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet dat niet uitgaat boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm, zoals bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.1, 3.2. en 3.3. van de wet, wordt een aflossing gevergd van 3% van de van toepassing zijnde norm. 5.. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven stelt het college, zo nodig tussentijds, het maandbedrag van de aflossing op een lager dan wel hoger bedrag vast. 6.. Bij de beoordeling van de omstandigheden als bedoeld in het vijfde lid wordt rekening gehouden met noodzakelijke, voor eigen rekening van belanghebbende komende, bijzondere bestaanskosten. Deze worden in mindering gebracht op het inkomen. 7.. Indien belanghebbende tijdens de aflossingsperiode van tien jaar schuldig nalatig is in het voldoen van de vastgestelde aflossing, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening terstond opeisbaar en is daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd.

Rechtspraak bij dit artikel