Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 13

Overleg wijze van uitvoering

Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Zeist 2015

1.. Binnen vier weken na vaststelling van het programma treedt het college in overleg met de aanvrager over de wijze van uitvoering van de op het programma geplaatste voorziening. In dit overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor de uitvoering van de voorziening. Daarbij worden, voor zover van toepassing, afspraken gemaakt over: het bouwheerschap als bedoeld in artikel 103 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 101 van de Wet op de Expertisecentra en artikel 76n van de Wet op het voortgezet onderwijs; het tijdstip van indiening van het bouwplan en de begroting door de aanvrager; als dit van toepassing is, een andere wijze van uitvoering van het besluit met inachtneming van het beschikbaar te stellen bedrag; de wijze waarop het college het bouwplan en de begroting toetst, en of naar het oordeel van het college noodzakelijk is bij het toetsen van het bouwplan en de begroting rekening te houden met feiten en omstandigheden die gewijzigd zijn ten opzichte van het moment waarop het programma is vaststeld, waardoor het eerder genomen besluit kan worden herzien; toepassing geeft aan de toetsing van het bouwplan en de begroting, alsmede aan de toetsing in verband met wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 16; de controle op en het afleggen van verantwoording over de besteding van de beschikbaar te stellen middelen; de wijze waarop de aanbesteding plaatsvindt; met als uitgangspunt dat op opdrachten onder het Europese drempelbedrag de richtlijnen zoals vastgelegd in het Besluit overheidsaanbestedingen van toepassing zijn. de mogelijkheid om vooruitlopend op het aanvragen van het totale investeringskrediet een bedrag aan te vragen voor de kosten van voorbereiding van het bouwplan tot 8 procent van het geraamde investeringsbedrag; 2.. De inhoud van de afspraken of de constatering dat het overleg niet tot overeenstemming heeft geleid, legt het college schriftelijk vast in een verslag, dat het binnen vier weken na afloop van het overleg ter kennis van de aanvrager brengt. Als de aanvrager niet binnen twee weken nadat het verslag is ontvangen schriftelijke reageert, wordt, afhankelijk van de inhoud van het vastgestelde verslag geachte overeenstemming of geen overeeninstemming te zijn bereikt. 3.. Bij het toepassing van artikel 14, tweede lid, neemt het college binnen weken] nadat overeenkomst is bereikt een beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging aanvangt. Het bepaalde in artikel 15 is daarbij van overeenkomstige toepassing. 4.. Als in het overleg geen overeenstemming als bedoeld in het derde lid is bereikt, deelt het college binnen vier weken nadat het verslag is vastgesteld, dit schriftelijk mee aan de aanvrager en vermeldt gelijktijdig dat het bekostigen van de uitvoering van de voorziening wordt opgeschort.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel