Nadat overeenstemming als bedoeld in artikel 13, tweede lid,
is bereikt dient het bevoegdgezag het bouwplan en, als de
voorziening wordt bekostigd op basis van de feitelijke
kosten, de bijbehorende begroting in bij het college. Het
bevoegd gezag houdt daarbij rekening met de hierover
gemaakte afspraken, bedoeld in artikel 13, eerste lid.
Gelijktijdig vermeldt het bevoegd gezag het tijdstip waarop
de bekostiging kan starten. Het college moet instemmen met
het bouwplan en de begroting voordat een bouwopdracht wordt
verleend.
Het college beslist binnen 6 weken nadat de stukken zijn
ontvangen
over de bouwplannen, de desbetreffende begroting en het
tijdstip waarop de bekostiging start. Het college kan, onder
mededeling daarvan aan de aanvrager, deze termijn verlengen
met 3 weken. Als niet binnen de gestelde termijn is
besloten, wordt geacht instemming te zijn verleend met de
bouwplannen en de begroting en start de bekostiging op het
door de aanvrager aangegeven tijdstip. Het college stelt de
aanvrager binnen 2 weken na de datum van de beslissing over
het bouwplan, de desbetreffende begroting en het tijdstip
waarop de bekostiging start respectievelijk na de datum
waarop de instemming geacht wordt te zijn verleend hiervan
schriftelijk in kennis.
De vergoeding op basis van de feitelijke kosten wordt
vastgesteld op basis van de economisch meest voordelige
inschrijving.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4
Artikel 14
Instemmen bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang bekostiging; toetsen wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden; overleggen offertes
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Zwijndrecht 2015