Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3

Artikel 14

Ondermandatering en integrale taken

Onderdeel van Ambtelijke organisatieverordening 2007

1.. Voor de mandatering wordt een onderscheid gemaakt in primaire systemen en processen en aspectsystemen of bedrijfsvoeringsystemen als personeel, financiën, organisatie, informatie. 2.. De mandaatverlener kan uitsluitend doormandateren binnen de aan hem verleende bevoegdheden en verplichtingen. 3.. Mandatering kan door de gemeentesecretaris/algemeen directeur plaatsvinden voor de primaire systemen en processen naar de directeur strategie en stadsprojecten en voor de aspectsystemen of bedrijfsvoeringsystemen naar de directeur bedrijfsvoering en control . 4.. (Door)mandatering vindt plaats door middel van mandaatlijsten, waarbij het navolgende hiërarchische proces van toepassing is:besluit college van burgemeester en wethouders, gemeentesecretaris/algemeen directeur, directeur, afdelingshoofd, teamleider en overige medewerkers. 5.. Bij het proces voor mandatering gelden als randvoorwaarden dat: de mandaatverlener bepaalt in hoeverre doorgemandateerd kan worden; de reeds opgelegde beperkingen en voorwaarden ook gelden voor doormandatering; vastgelegd wordt op welke wijze verantwoording wordt afgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel