Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Voorwaarden

Onderdeel van Verordening individule inkomenstoeslag 2015

1.. Voor een individuele inkomenstoeslag komt in aanmerking de persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende de referteperiode aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is dan 110% van de voor hem geldende norm, zoals opgenomen in artikel 1, onder j, van deze Verordening, geen in aanmerking te nemen vermogen heeft, en geen uitzicht heeft op inkomensverbetering. 2.. Niet voor de individuele inkomenstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000. 3.. Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, wordt ingediend middels een door het college vastgesteld formulier. 4.. Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden 5.. Voor toepassing van het eerste, tweede en vierde lid is de situatie op de peildatum bepalend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel