Naar hoofdinhoud

§ 3.3.1

Artikel 36

Niet nakomen van de inlichtingenverplichting en bestuurlijke boete

Onderdeel van Verzamelverordening participatiewet, IOAW, IOAZ en bbz 2015

1.. Bij het niet, niet tijdig of niet volledig voldoen aan de inlichtingenverplichting op grond van de wet, waardoor ten onrechte of tot een te hoog bedrag uitkering is verleend, wordt er een bestuurlijke boete opgelegd ter hoogte van het benadelingsbedrag. 2.. Indien het benadelingsbedrag lager is dan de minimale boete zoals opgenomen in het Boetebesluit, wordt deze minimale boete opgelegd. 3.. Indien het niet, niet tijdig, of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht op grond van de wet niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, dan wordt de minimale boete opgelegd zoals opgenomen in het Boetebesluit. 4.. Als er sprake is van een situatie zoals genoemd in lid 3, en er geen sprake is van recidive, kan het college besluiten tot het geven van een waarschuwing in plaats van het opleggen van een bestuurlijke boete. 5.. De boete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd zolang de gedraging wordt onderzocht door het Openbaar Ministerie en blijft definitief achterwege indien ter zake strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, of het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel