De in artikel 1 bedoelde tegemoetkoming wordt ieder jaar in de maand januari aan de raadsfractie uitgekeerd, op een afzonderlijke voor dit doel bestemde bankrekening.
In het jaar waarin de zittingsperiode van de raad eindigt, wordt de vergoeding in gedeelten uitgekeerd in verhouding tot de lopende en de nieuwe zittingsperiode van de raad.