Indien een fractie ophoudt te bestaan, is de betreffende fractie gehouden om het restant-bedrag dat deze fractie nog aan fractievergoeding onder zich heeft, aan de gemeente terug te betalen.
Indien op grond van artikel 1, lid 3, de vergoeding op een lager bedrag wordt vastgesteld, is de betreffende fractie gehouden het te veel betaalde aan de gemeente terug te betalen.
Indien het fractievoorzittersoverleg op basis van de verantwoording en controle geen goedkeuring geeft aan bepaalde bestedingen, kan dit leiden tot (gedeeltelijke) terugvordering van de tegemoetkoming.