Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de
burgemeester.
De burgemeester weigert de vergunning, indien de exploitatie van de openbare inrichting
in strijd is met het geldend bestemmingsplan.
De burgemeester weigert de vergunning voorts indien de aanvrager geen verklaring
omtrent gedrag van hemzelf en eventuele leidinggevenden overlegt die uiterlijk drie
maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
Bij de toepassing van de in het vierde lid genoemde weigeringgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in
a. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten
van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
een zorginstelling;
een museum; of
een bedrijfskantine- of restaurant.
De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, indien
zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen
incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel
hebben voorgedaan in of bij de inrichting, dan wel
de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringgronden
voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:20, tweede of vierde lid.
De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld
in het zevende lid, onder a.
9.Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing
HOOFDSTUK 2. › AFDELING 6.
Artikel 2:20
Exploitatievergunning openbare inrichting
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Velsen 2009 (6e wijziging)