1.De vergunning wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan de ingevolge artikel 2:61
geldende gedragseisen voor leidinggevenden
De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging en/of de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
De burgemeester kan de vergunning weigeren indien naar zijn oordeel door de
aanwezigheid van de inrichting de openbare orde wordt aangetast en/of het woon- of
leefklimaat in de omgeving van de inrichting nadelig wordt beïnvloed.
De vergunning wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan de nadere regels van de burgemeester, als bedoeld in artikel 2:62
Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de
aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.
Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringgrond houdt de burgemeester rekening met:
het karakter van de straat en van de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal komen te
liggen;
de aard van de inrichting;
de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te
staan door de exploitatie van de inrichting;
de concentratie van inrichtingen in een bepaald gebied;
de wijze van bedrijfsvoering van een leidinggevende van de inrichting in deze of in
andere inrichtingen;
de wijze van exploitatie van een inrichting in het verleden.
Hoofdstuk
Artikel 2:65
Weigeringgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Velsen 2009 (6e wijziging)