In deze afdeling wordt verstaan onder:
Houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;
Hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.
In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Artikel 4:13 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen:
die staan vermeld op de lijst vermeld op bijlage 1 (lijst monumentale- en waardevolle bomen in de Gemeente Velsen);
die staan weergegeven op de overzichtstekeningen opgenomen onder bijlage 2, voor zover het gaat om een houtopstand met een diameter van 15 cm of groter op 1.30 m hoogte.
In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van:
de natuurwaarde van de houtopstand;
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
Artikel 4:14 Bijzondere vergunningsvoorschriften
Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant.
Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde herbeplanting moet worden vervangen.
Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna.
Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
Artikel 4:15 Vervaltermijn vergunning
De vergunning tot vellen van een houtopstand als bedoeld in deze verordening vervalt indien daarvan niet binnen maximaal één jaar na het onherroepelijk zijn van de ontheffing gebruik is gemaakt.
In het geval het een vergunning voor het vellen van meer dan één boom betreft, is de vergunning voor alle bomen slechts één jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of één of enkele bomen al geveld zijn.
Artikel 4:16 Meldingsplicht
De eigenaar van een in de bomenlijst of op de overzichtstekeningen opgenomen houtopstand is verplicht het bevoegd gezag onmiddellijk schriftelijk mededeling te doen van het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van een in de bomenlijst of op de overzichtstekeningen opgenomen houtopstand, anders dan door vellen op grond van een verleende vergunning.
Artikel 4:17 Herplant-/instandhoudingsplicht
Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze is tenietgegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond, dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn. De waarde en omvang van de te herbeplanten houtopstand kan worden vastgesteld overeenkomstig de boomwaarde van de tenietgedane houtopstand.
Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde herplant moet worden vervangen.
Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt, dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.
Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
Artikel 4:18 Bestrijding boomziekten en –plagen
Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor de verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:
de boom te vellen;
conform de richtlijnen van de gemeente de gevelde boom direct zodanig te behandelen dat verspreiding van boomziekten wordt voorkomen.
Het is verboden gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden.
Het college kan ontheffing verlenen van het onder het tweede lid gestelde verbod.
Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht.