Het college, gehoord de Monumentencommissie, brengt na 1 oktober van ieder jaar een rangorde aan in de voorliggende subsidieaanvragen voor het daaropvolgend kalenderjaar. Hierbij wordt in aanmerking genomen:
De bouwkundige staat èn de staat van onderhoud van de monumenten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
Een al dan niet redelijke verhouding tussen de kosten van de voorzieningen en het te verkrijgen resultaat.
Volledigheid van de aanpak van de te verrichten onderhouds- en restauratiewerkzaam-heden.
Volledigheid respectievelijk gedetailleerdheid van het onderhoudsplan voor de komende jaren.
De cultuurhistorische waarde van het monument.
Indien er sprake is van twee of meer aanvragen waarbij op grond van de in lid 1 bedoelde toetsingscriteria geen rangorde kan worden bepaald, is de datum van ontvangst van de volledige aanvraag doorslaggevend.
VOORWAARDEN SUBSIDIEVERLENING
HOOFDSTUK 3
Artikel 13
Toetsingscriteria
Onderdeel van nr 07.03 Subsidieverordening monumenten Zevenaar 2006