1. Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele
inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet,
of artikel 3 eerste lid onderdeel b Wet werk en zekerheid, komt de rechthebbende
echtgenoot zelfstandig in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag.
2. Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele
inkomenstoeslag ingevolge artikel 3 eerste lid onderdeel a van deze verordening, zijn
beiden uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag.
3. Gehuwden dienen, om in aanmerking te komen voor de individuele inkomenstoeslag,
beiden te voldoen aan de criteria genoemd in artikel 4 en 5 van deze verordening.