1. Het college draagt op grond van de artikelen 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet, 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAW en artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAZ een tegenprestatie naar vermogen op.
2. De tegenprestatie naar vermogen bestaat uit onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden met een additioneel karakter, die:
a. niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt;
b. niet zijn bedoeld zijn als re-integratie-instrument;
c. worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid, een re-integratie- of participatietraject;
d. niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.
Opdragen en inhoud van de tegenprestatie
Onderdeel van Verordening tegenprestatie Opsterland 2015