Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2010. De Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2009, vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 november 2008, wordt per 1 juli 2010 ingetrokken.
Algemene toelichting
Norm, toeslag en verlaging
Een uitkering algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) is opgebouwd uit een landelijk vastgestelde norm en een gemeentelijk vast te stellen toeslag of verlaging. Het college is verplicht in voorkomende gevallen de norm te verhogen met een toeslag. De verlaging van de norm is geen verplichting, maar een mogelijkheid waarvan het college gebruik kan maken.
Norm
Voor personen van 27 tot 65 jaar bestaat een drietal basisnormen, te weten:
gehuwden: 100% van het wettelijk minimumloon (= de gehuwdennorm);
alleenstaande ouders: 70% van de gehuwdennorm;
alleenstaanden: 50% van de gehuwdennorm.
Toeslagen
Artikel 25 WWB schrijft in het eerste lid voor dat wij de alleenstaande of alleenstaande ouder een toeslag verstrekken, wanneer hij of zij de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan niet of niet geheel kan delen met een ander. De bestaanskosten kunnen worden gedeeld wanneer naast de belanghebbende nog één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning. De belanghebbende kan dan de kosten van bijvoorbeeld huur, gas, electra en water delen.
Artikel 25 WWB schrijft in het tweede lid voor dat de toeslag ten hoogste 20 procent van de gehuwdennorm per kalendermaand bedraagt.
Verlagingen
De WWB geeft het college in een tweetal situaties de mogelijkheid om de norm of de toeslag lager vast te stellen. Dit betreft:
verlaging bij gehuwden, voor zover de belanghebbenden lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de norm voorziet als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander;
verlaging in verband met de woonsituatie, waaronder begrepen het niet aanhouden van een woning.
De Toeslagenverordening
Artikel 8, lid 1, onder c en artikel 30 WWB dragen de gemeenteraad op een verordening vast te stellen, waarin staat voor welke categorieën de norm wordt verhoogd of verlaagd en op grond van welke criteria de hoogte van die verhoging of verlaging wordt bepaald. De verordening moet een zodanig karakter hebben, dat de belanghebbende daaruit concreet kan aflezen welke verhoging of verlaging in zijn/haar situatie geldt.
We hebben gekozen voor een forfaitaire benadering, om reden van een zo eenvoudig en overzichtelijk mogelijke benadering. Naast de toeslagen is in deze verordening invulling gegeven aan de verlagingen, die de WWB als mogelijkheid aangeeft. In artikel 7 van deze verordening is het effect van een eventuele samenloop van verlagingen beperkt.
Artikelsgewijze toelichting
Hoofdstuk 4.
Artikel 10
Inwerkingtreding
Onderdeel van TOESLAGENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND 2010