Eerste lid
In dit lid is een verlaging opgenomen voor de situatie dat belanghebbende geen woonkosten heeft. In de verordening gebruiken we niet het begrip ‘woonkosten’, maar ‘kosten van huur of hypotheek’. Dit betekent dat het hebben van kosten voor water, gas, electriciteit en dergelijke voor belanghebbende niet afdoende is om een verlaging volgens dit artikellid te voorkomen.
Tweede lid
In geval belanghebbende huur- of hypotheeklasten heeft die lager zijn dan de op grond van de Wet op de huurtoeslag geldende basishuur, verlagen we de uitkering. De verlaging is dan het verschil tussen de basishuur en de kosten van huur of hypotheek. Door het toepassen van deze verlaging komt de belanghebbende niet in een betere financiële positie ten opzichte van degenen die maandelijks huur- of hypotheeklasten hebben ter hoogte van de basishuur.