De verordening maakt gebruik van de definities zoals genoemd in art. 1.1 van de jeugdwet.
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;
- gesprek: het gesprek als bedoeld in artikel 6 van deze verordening;
- andere voorziening: voorziening niet vallend onder de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;
- hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheid en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet;
-individuele voorziening: de via een verleningsbeschikking toegankelijke op de jeugdige of zijn ouders toegesneden jeugdhulpvoorziening die door het college in natura of bij pgb wordt verstrekt;
-overige voorziening: overige voorziening als bedoeld in artikel 2.9, onder a, van de wet, zijn vrij toegankelijke voorzieningen waarvoor geen verleningsbeschikking van het college is vereist;
-ondersteuningsplan: schriftelijke verslaglegging van het onderzoek, bedoeld in art 6 van de verordening
- pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken;
- stadsteam: multidisciplinair team dat zorgt dat de hulpvraag van elk huishouden, gezin en/ of kind met meervoudige en/of enkelvoudige zware problematiek de juiste begeleiding, ondersteuning en/of zorg ontvangt.
- wet: Jeugdwet.