Begripsbepalingen
Bij toepassing van deze beleidsregels worden de volgende definities
gebruikt:
Aan huis verbonden beroep:
een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt
uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie
behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie
in overeenstemming is.
Agrarisch bedrijf:
een reëel en volwaardig bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van
producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van
dieren, waarbij houtteelt is uitgesloten.
Antenne:
een constructie, bestaande uit een mast, een ontvang- en zendmast of een
stelsel van draden, dan wel een schotel bestemd voor
(tele)communicatiedoeleinden.
Antennedrager:
antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een
antenne.
Antenne-installatie:
installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading
en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur,
met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.
Bebouwde kom:
het in bijlage 1 op de kaart als zodanig aangegeven gebied, niet zijnde
de plangebieden van de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Maartensdijk’,
‘Buitengebied De Bilt Zuid’ en ‘De Bilt Noord-Oost’.
Bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
Bedrijf:
het bedrijfsmatig vervaardigen of repareren van goederen, dan wel het
verrichten van ambachtelijke
diensten.
Bed and Breakfast (B&B):
een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de
mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het
serveren van ontbijt.
Bestaand bouwwerk:
een bouwwerk, dat ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van dit
plan bestaat, dat/die of in
uitvoering is of dat na dat tijdstip is of mag worden gebouwd krachtens
een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor dat tijdstip is
ingediend of krachtens een omgevingsvergunning die na dit tijdstip,
hoewel in strijd met dit plan, niet mag worden geweigerd.
Bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op
hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet
tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
Bijgebouw:
a.aangebouwd bijgebouw
een op hetzelfde bouwperceel aan de woning/gebouw vaststaand gebouw dat
in functioneel en
bouwkundig opzicht hieraan ondergeschikt is, waarbij de functionele
ongeschiktheid niet geldt voor huisvesting in verband met
mantelzorg;
b.vrijstaand bijgebouw:
een op hetzelfde bouwperceel los van de woning/gebouw staand gebouw dat
in functioneel en
bouwkundig opzicht hieraan ondergeschikt is, waarbij de functionele
ongeschiktheid niet geldt voor huisvesting in verband met
mantelzorg.
Bor:
Besluit omgevingsrecht.
Bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of
veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of
gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een
standplaats.
Bouwgrens:
de grens van een bouwvlak.
Bouwlaag:
een gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke
hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met uitsluiting
van een kelder voor zover gelegen onder gebouwen en zolder, die gelet op
de bouwtechnische eisen in het Bouwbesluit onbruikbaar zijn voor de
woonfunctie.
Bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een
zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
Bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel.
Bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar
ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde
zijn toegelaten.
Bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander
materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden,
hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
Centrumgebied Bilthoven:
gebied zoals bedoeld in het door de gemeenteraad in februari 2009
vastgestelde Masterplan Centrum Bilthoven.
Centrumgebied De Bilt:
Gebied zoals in het op 16 december 2010 vastgestelde bestemmingsplan
“Hessenweg 2010” globaal is voorzien van de bestemmingen “centrum” en
“horeca”, zoals weergegeven op de kaart van bijlage 2.
Dakkapel:
een uitbouw in een hellend dakvlak, waarbij rondom de dakkapel een rand
met dakpannen zichtbaar is.
Daknok:
hoogste punt van een schuin dak.
Dakvoet:
laagste punt van een schuin dak.
Dakopbouw:
een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het
dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert.
Detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten
verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die
deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders
dan in de uitoefening van een beroeps- of een bedrijfsactiviteit.
Dienstverlening:
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek
rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en
geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures,
wasserettes, makelaarskantoren, internetwinkels en bankfilialen.
Erf:
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is
gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten
dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voorzover een
bestemmingsplan of beheersverordening van toepassing is, deze die
inrichting niet verbieden.
Gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of
gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Hoofdgebouw:
a.hoofdgebouw:
gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de
verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een
perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op
die bestemming het belangrijkst is;
b.vrijstaand hoofdgebouw:
een hoofdgebouw zonder gemeenschappelijke wand(en) met een ander
hoofdgebouw.
Hoofdmassa:
het totale bouwvolume van de oorspronkelijke woning.
Horeca:
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en
dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het
bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf.
Huisvesting in verband met mantelzorg:
huisvesting in of bij een woning van één huishouden, van wie tenminste
één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de
woning.
Kantoor:
voorzieningen gericht op het verlenen van diensten zoals
administratieve, financiële, architectonische,
juridische diensten, waarbij het publiek niet of slechts in
ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en
geholpen.
Maatschappelijke voorzieningen:
activiteiten gericht op sociale, maatschappelijke, medische, educatieve
en openbare dienstverlening.
Mantelzorg:
intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een
hulpverlenend beroep wordt aangeboden aan een hulpbehoevende, ten
behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend
uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke
hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met
een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de
gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.
Huisvesting in verband met mantelzorg wordt aangemerkt als functioneel
verbonden met het hoofdgebouw.
Netto vloeroppervlakte:
de oppervlakte van de voor bewoning bestemde vertrekken, waaronder mede
wordt verstaan verblijfsruimten; niet meegerekend worden
verkeersruimten, toiletten, douche- en badruimten, alsmede ingebouwde
bergingen.
Onzelfstandige woonruimte:
een woonruimte waarbij sprake is van het delen van wezenlijke
voorzieningen (keuken, douche, toilet) met de bewoners van de andere
woonruimtes/kamers.
Oorspronkelijke achtergevel:
de achtergevel ten tijde van de oplevering van het gebouw/de woning dan
wel - indien het gebouw/de woning nog gerealiseerd dient te worden - de
achtergevel van het gebouw/de woning, zoals deze met de
omgevingsvergunning wordt beoogd.
Oorspronkelijke woning:
de woning ten tijde van de oplevering van de woning dan wel - indien de
woning nog gerealiseerd dient te worden - de woning, zoals deze met de
omgevingsvergunning wordt beoogd.
Oorspronkelijke zijgevel:
de zijgevel ten tijde van de oplevering van het gebouw/de woning dan wel
- indien het gebouw/de woning nog gerealiseerd dient te worden - de
zijgevel van het gebouw/de woning, zoals deze met de
omgevingsvergunning wordt beoogd.
Peil:
voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van
de weg, gemeten vanaf de kruin van de weg;
in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de
gemiddelde hoogte van het
aansluitende afgewerkte maaiveld.
Portacabin:
een (prefab) verplaatsbare unit.
Seksinrichting:
de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of
in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden
verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
Hieronder wordt in ieder geval verstaan een prostitutiebedrijf,
seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, erotische massagesalon of
parenclub al dan niet in combinatie met elkaar.
Voorgevel:
de naar de wegzijde gekeerde gevel; in geval er meerdere gevels zijn aan
te merken als voorgevel, is de gevel die meetelt in de huisnummering de
voorgevel.
Voorgevelrooilijn:
langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige
ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de
evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel
mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de
bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van
de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft;
langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld
aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd:
• bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15
meter uit de as van de weg;
• bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter
uit de as van de weg.
Vrijstaand hoofdgebouw:
een hoofdgebouw zonder gemeenschappelijke wand(en) met een ander
hoofdgebouw.
Wabo:
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Woning/wooneenheid:
een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één
afzonderlijke huishouding.
Woningvergroting:
elk bouwkundig ondergeschikte vergroting van de oorspronkelijke
woning.