**1..** Het college kan in aanvulling op artikel 9 van de Asv aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opleggen:
de subsidieontvanger verleent alle medewerking aan evaluatie en monitoring van gesubsidieerde activiteiten;
de subsidieontvanger informeert het college onverwijld indien de continuïteit van de gesubsidieerde activiteiten in het geding zijn;
de subsidieontvanger leeft de op hem rustende verplichtingen uit hoofde van de Wmo en de daarop gebaseerde of daarmee verband houdende wet- en regelingeving na;
de subsidieontvanger blijft gedurende de looptijd van de subsidie voldoen aan de eisen en criteria zoals genoemd in deze subsidieregeling;
de subsidieontvanger is op de hoogte van en neemt, indien nodig, deel aan relevante netwerken voor informatie-uitwisseling. Verder gebruikt de subsidieontvanger bij voorkeur lokale expertisecentra bij het uitvoeren van haar dienstverlening;
de subsidieontvanger is op de hoogte van en sluit aan bij gebiedsgerichte ontwikkelingen op het gebied van welzijn en zorg;
de subsidieontvanger bepaalt op basis van behoefte analyse van het gebied, de inzet van personeel en verkrijgt voor die inzet op voorhand instemming van het college. De behoefte analyse dient aan te sluiten op de gevraagde resultaten;
de subsidieontvanger is in het bezit van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens voor beroepskrachten en andere personen die beroepsmatig met de cliënten in contact komen;
de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de beroepskrachten continu worden opgeleid en bijgeschoold op basis van relevante ontwikkelingen;
dient te beschikken over een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling conform die wetgeving.
**2..** Het college kan daarnaast bij subsidieverlening nog overige doelgebonden verplichtingen opleggen.