In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moeten de onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 4.8. van de
tarieventabel worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de
eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
tweede termijn een maand later.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moeten de andere rechten dan bedoeld in het eerste lid worden
betaald binnen 30 dagen na dagtekening van de schriftelijke
kennisgeving.
In afwijking van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van
de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen lijkbezorgingrechten of
andere heffingen minder is dan € 5.000,-- dat, indien een machtiging
voor automatische incasso is afgegeven, de aanslagen moeten worden
betaald in acht gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt
op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de
dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
termijnen telkens een maand later. Het minimum totaalbedrag aan
gemeentelijke belastingen voor de automatische incasso bedraagt €
50,-
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 9.
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2015