**1..** Een vergunning wordt door het college op aanvraag aan de
grondroerder verleend, nadat is gebleken dat wordt voldaan aan het
bepaalde bij of krachtens deze verordening.
**2..** De vergunning dient 8 weken voor aanvang werkzaamheden te worden
aangevraagd.
**3..** Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover
vooroverleg voeren met het college om de aanvraag, als bedoeld in
het eerste lid voor te bereiden.
**4..** Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op gronden van een andere
gedoogplichtige wordt uiterlijk vier weken na ontvangst van de
aanvraag, als genoemd in het eerste lid, het college schriftelijk in
kennis gesteld van de uitkomsten van het (voor)overleg tussen de
grondroerder en de overige gedoogplichtige(n).
**5..** Werkzaamheden van niet ingrijpende aard dienen minimaal vijf (5)
werkdagen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden gemeld te
worden.
**6..** Spoedeisende werkzaamheden worden voorafgaand aan de start van de
werkzaamheden gemeld. Als een melding vooraf niet mogelijk is, wordt
de melding uiterlijk vóór 09.00 uur op de eerste werkdag na de start
van de uitvoering gedaan aan het college. Indien achteraf blijkt dat
de uitgevoerde werkzaamheden vergunningplichtig zijn, wordt er
alsnog een vergunning aangevraagd.
**7..** Het college kan gebieden aanwijzen waarvoor de
uitzonderingsbepalingen voor spoedeisende werkzaamheden of
werkzaamheden van niet ingrijpende aard, als bedoeld in artikel 2.1,
tweede lid, niet van toepassing zijn.
Hoofdstuk 2:
Artikel 2.2.
Aanvragen en melden
Onderdeel van Verordening ondergrondse infrastructuur Geldrop-Mierlo 2014