**1..** Een grondroerder is verplicht om bij de aanleg van kabels of
leidingen in openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken
van bestaande, hetzij door andere netbeheerders dan wel door of in
opdracht van het college aangelegde voorzieningen.
**2..** Het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.2., tweede lid, dan wel een
door het college geïnitieerd overleg naar aanleiding van een
aanvraag als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, is er mede op
gericht te bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé
gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld
in het eerste lid.
**3..** Indien de grondroerder een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik
te maken van de vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen,
kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels, is de grondroerder
verplicht om voor de aanleg of uitbreiding van zijn netwerk van deze
voorzieningen gebruik te maken.
**4..** Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van
nieuwe leidingen, dient de grondroerder een alternatief tracé te
kiezen, of aan een netbeheerder een billijk verzoek tot medegebruik
van leidingen te doen, op grond van artikel 5.12, van de
Telecommunicatiewet.
Hoofdstuk 3:
Artikel 3.4.
(Mede)gebruik van voorzieningen
Onderdeel van Verordening ondergrondse infrastructuur Geldrop-Mierlo 2014