**a..** Het college kan aan de vergunning en het instemmingsbesluit nadere
voorschriften of beperkingen verbinden in het belang van:
De openbare orde;
Veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de
verkeersveiligheid of een goede doorstroming van het
verkeer;
Het voorkomen of beperken van schade of overlast; waaronder
mede verstaan wordt de bescherming van eventuele
archeologische vondsten, van groenvoorzieningen, bomen en
beplantingen en van het uiterlijke aanzien van de
omgeving;
De bereikbaarheid van gronden of gebouwen; waaronder mede
verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare
gronden en gebouwen en het doelmatig beheer en onderhoud
ervan en het belang van nader aan te geven grote lokale
evenementen als weekmarkten en kermissen;
De ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het
zo min mogelijk hinder veroorzaken voor reeds in de grond
aanwezige werken en het niet in gevaar brengen of zonder
noodzaak bemoeilijken van deze werken, waaronder mede
verstaan worden werken ten behoeve van de riolering en de
levering of het transport van elektronische informatie, gas,
water en elektriciteit.
**b..** De voorschriften of beperkingen, zoals genoemd in het eerste lid,
hebben betrekking op:
Het tijdstip, de plaats en wijze van uitvoering bij aanleg,
instandhouding, onderhoud, verplaatsing en opruiming van
kabels of leidingen;
Het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten en
geleidingen, die door derden of de het college tegen
marktconforme prijzen ter beschikking worden gesteld;
Het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met
beheerders van overige in de grond aanwezige werken;
Afmetingen van kasten, handholes en andere toebehoren
behorende bij het netwerk, niet zijnde een openbaar
elektronisch communicatienetwerk.
**c..** De grondroerder start de werkzaamheden binnen een jaar na de datum
van vergunningverlening of instemmingsbesluit en voltooit de
werkzaamheden zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 6 maanden na
aanvang, tenzij in de vergunning of het instemmingsbesluit anders is
bepaald.
**d..** De grondroerder informeert omwonenden schriftelijk van de uit te
voeren werkzaamheden over aanvang, duur, aard en plaats van de
werkzaamheden.
**e..** De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en
opruiming van kabels of leidingen en medegebruik van voorzieningen
gebeurt volgens de door het college vastgestelde nadere regels.
**f..** De grondroerder vergoedt aan het college de schade voortvloeiend uit
de werkzaamheden, waarbij de omvang beperkt is tot vergoeding van de
marktconforme kosten van de door het college ter beschikking
gestelde voorzieningen en van de meerdere marktconforme kosten van
onderhoud.
**g..** De grondroerder is verplicht na het einde van de werkzaamheden de
grond, eventuele verhardingen en beplanting terug te brengen in de
oude staat, tenzij het college vooraf heeft aangegeven hier zelf
zorg voor te willen dragen.
**h..** Het college stelt nadere regels op voor het in rekening brengen van
de kosten voor herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van de
openbare ruimte die het rechtstreekse gevolg zijn van uitgevoerde
werkzaamheden aan leidingen in de openbare ruimte.
**i..** Indien een grondroerder/netbeheerder binnen 5 jaar na groot
onderhoud of herinrichting van de openbare gronden werkzaamheden wil
uitvoeren, kan het college bijzondere voorwaarden stellen aan het
herstel. De hiermee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de
grondroerder.
**j..** Ten aanzien van het herstellen van bijzondere bestrating stelt het
college nadere regels vast.
Hoofdstuk 4:
Artikel 4.3.
Voorschriften en beperkingen
Onderdeel van Verordening ondergrondse infrastructuur Geldrop-Mierlo 2014