Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 3.8 Vaststellen vermogen bij co-ouderschap

Artikel 3.8 Vaststellen vermogen bij co-ouderschap

Onderdeel van BELEIDSREGELS ALGEMENE EN BIJZONDERE BIJSTAND PARTICIPATIEWET, IOAW, IOAZ EN Bbz 2004

1.. De vermogensgrens van een co-ouder volgens artikel 34 lid 3 Participatiewet wordt naar rato vastgesteld. De vermogensgrens van de co-ouder die x dagen per week de zorg heeft voor het kind, bedraagt de vermogensgrens van een alleenstaande, vermeerderd met (x/7 maal het verschil tussen de vermogensgrens van een alleenstaande ouder en een alleenstaande). 2.. Bij het vaststellen van het vermogen van de co-ouder wordt het vermogen van het kind voor x/7 meegenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel