Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel 5.23 Kosten van aflossing van een lening bij een gemeentelijke kredietbank

Artikel 5.23 Kosten van aflossing van een lening bij een gemeentelijke kredietbank

Onderdeel van BELEIDSREGELS ALGEMENE EN BIJZONDERE BIJSTAND PARTICIPATIEWET, IOAW, IOAZ EN Bbz 2004

1.. Er kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de kosten van de maandelijkse aflossing van een lening bij een gemeentelijke kredietbank als de lening afgesloten wordt voor noodzakelijke kosten. 2.. De hoogte van de bijstand is gelijk aan het verschil tussen de hoogte van de maandelijkse aflossing en voor een belanghebbende met een bijstandsuitkering, 6 procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm (+ verhoging – verlaging); voor een belanghebbende zonder bijstandsuitkering, 6 procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm (+ verhoging – verlaging, inclusief vakantietoeslag) minus 25% van het meerinkomen. 3.. De hoogte van de bijstand wordt eenmalig vastgesteld over de periode van de looptijd. Als de gezinssituatie van belanghebbende gedurende de looptijd van de lening wijzigt en belanghebbende hierdoor een hogere of lagere bijstandsuitkering krijgt, verandert de hoogte van de bijstand vanaf de ingangsdatum van de wijziging. Er wordt dan uitgegaan van 6% van de nieuwe geldende bijstandsnorm (+ verhoging – verlaging). 4.. De bijstand wordt om niet verstrekt, ongeacht het doel van de lening. 5.. De bijstand wordt uitbetaald aan de gemeentelijke kredietbank.

Rechtspraak bij dit artikel