**1..** De draagkracht wordt als volgt berekend:
de draagkracht wordt op nihil gesteld als het inkomen niet meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm (+ verhoging – verlaging inclusief vakantietoeslag) als bedoeld in het tweede lid;
van het deel van het inkomen dat meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm (+ verhoging – verlaging inclusief vakantietoeslag) als bedoeld in het tweede lid, wordt 35% als draagkracht in aanmerking genomen.
**2..** Met de van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt bedoeld de norm zoals die is vermeld in paragraaf 3.2 van de Participatiewet, met uitzondering van artikel 22a.
**3..** Op het inkomen als bedoeld in het eerste lid worden kosten in mindering gebracht die belanghebbende heeft op grond van een wettelijke verplichting.
**4..** Onder inkomen wordt verstaan het totaal van het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet met uitzondering van:
de vrijgelaten middelen als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid en 33, vijfde lid van de Participatiewet, voor zover van toepassing;
de individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet.
**5..** Bij het berekenen van het inkomen als bedoeld in het eerste lid wordt uitgegaan van het netto besteedbaar inkomen als:
belanghebbende zich in een schuldsanering in het kader van een minnelijke traject of de WSNP bevindt; en
de sanering wordt uitgevoerd door een organisatie die is aangesloten bij de NVVK; en
bij de vaststelling van het vrij te laten bedrag geen rekening is gehouden met de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd.
**6..** Het inkomen als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald aan de hand van het meest waarschijnlijke inkomen gedurende de draagkrachtperiode. Daarbij wordt rekening gehouden met voorzienbare wijzigingen in het inkomen.
**7..** In afwijking van het eerste lid wordt bij bijzondere bijstand voor de volgende kosten het inkomen boven het voor de belanghebbende geldende bijstandsniveau volledig als draagkracht beschouwd:
verwervingskosten;
kosten van aflossing van een lening bij een gemeentelijke kredietbank;
woonkosten.
**8..** De draagkracht uit vermogen bedraagt 100% van het in aanmerking te nemen vermogen.
**9..** Voor een belanghebbende van 70 jaar en ouder geldt een aanvullende vermogensvrijlating van € 3.756,-- als hij geen uitvaartverzekering heeft afgesloten. Als een uitvaartverzekering is afgesloten tegen een lager bedrag dan € 3.756,--, dan bedraagt de hoogte van de vermogensvrijlating het verschil tussen € 3.756,-- en het verzekerde bedrag.
Hoofdstuk V
Artikel 5.3 Bepaling draagkracht
Artikel 5.3 Bepaling draagkracht
Onderdeel van BELEIDSREGELS ALGEMENE EN BIJZONDERE BIJSTAND PARTICIPATIEWET, IOAW, IOAZ EN Bbz 2004