**1..** Er bestaat recht op bijzondere bijstand (woonkostentoeslag) voor de kosten van het huren van woonruimte als belanghebbende vanwege bijzondere omstandigheden niet of voor een lagere tegemoetkoming op grond van de Wet op de huurtoeslag in aanmerking komt.
**2..** Er is geen recht op woonkostentoeslag als
belanghebbende in afwachting is van de afhandeling van een aanvraag om huurtoeslag, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden;
de woonkostentoeslag minder bedraagt dan het bedrag genoemd in artikel 14 lid 5 AWIR.
**3..** Bij het vaststellen van het inkomen volgens artikel 5.3, zevende lid, geldt dat
ook met het inkomen van inwonende kinderen tot 23 jaar rekening wordt gehouden, voor zover dat meer bedraagt dan het bedrag genoemd in artikel 7 lid 5 AWIR;
ook rekening wordt gehouden met het inkomen van eventuele medebewoners die niet tot het gezin van belanghebbende behoren.
**4..** In afwijking van het derde lid onderdeel b wordt het inkomen van medebewoners niet meegenomen bij het vaststellen van de draagkracht als deze medebewoners met belanghebbende een gezamenlijk huurcontract hebben. In dat geval worden de woonkosten voor belanghebbende naar evenredigheid vastgesteld.
**5..** De hoogte van de woonkostentoeslag wordt berekend op basis van de rekensystematiek van de Wet op de huurtoeslag.
**6..** Aan de bijstand kan een verhuisverplichting worden opgenomen als de woonkosten hoger zijn dan de maximale huurgrens uit artikel 13 WHT.
Hoofdstuk V
Artikel 5.34 Woonkosten voor huurders
Artikel 5.34 Woonkosten voor huurders
Onderdeel van BELEIDSREGELS ALGEMENE EN BIJZONDERE BIJSTAND PARTICIPATIEWET, IOAW, IOAZ EN Bbz 2004