Het college verleent in de volgende gevallen geen individuele inkomenstoeslag:
als zicht op inkomensverbetering wordt verondersteld, te weten:
als een belanghebbende of diens partner een opleiding of studie uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgt of die in de voorafgaande 60 maanden gevolgd heeft; en
als een belanghebbende of diens partner een hoger inkomen hebben maar op bijstandsniveau leven wegens een schuldregeling op basis van een minnelijk traject of een WSNP traject. Zij hebben na de schuldregeling weer zicht op inkomensverbetering; b. als in de 24 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de peildatum sprake is van oplegging van een maatregel door de gemeente, het UWV of SVB vanwege het verwijtbaar niet nakomen van arbeids- en/of re-integratieverplichtingen;
als de belanghebbende of diens partner geen uitkering ontvangt en zij in de 24 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de peildatum onvoldoende inspanningen gericht op inkomensverbetering hebben verricht als bedoeld in artikel 2, derde lid, van deze beleidsregel.
als belanghebbende of diens partner in de voorafgaande 12 maanden een individuele inkomenstoeslag hebben ontvangen.
Artikel 4.
Geen recht op individuele inkomenstoeslag
Onderdeel van Beleidsregels individuele inkomenstoeslag Ede 2015