Gedragingen van de jongere inhoudende het niet of niet voldoende nakomen
van de verplichtingen bedoeld in artikel 45 van de wet, worden
onderscheiden in de volgende categorieën:
Eerste categorie
Het niet of onvoldoende, op verzoek of uit eigen
beweging, melden van alle feiten en omstandigheden,
waarvan het belanghebbende redelijkerwijs duidelijk moet
zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de
arbeidsinschakeling;
Het stellen van onredelijke eisen in verband met door de
jongere te verrichten algemeen geaccepteerde arbeid, die
het aanvaarden of verkrijgen van algemeen geaccepteerde
arbeid belemmeren;
Tweede categorie
Het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een
onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling
dan wel aan een onderzoek naar de geschiktheid voor
scholing of opleiding;
Het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om,
in verband met de inschakeling in de arbeid, op een
aangegeven plaats en tijd te verschijnen;
Het door de inburgeringsplichtige niet dan wel niet
tijdig voldoen aan een oproep om gegevens te verstrekken
en die medewerking te verlenen die voor diens
inburgeringsplicht van belang zijn;
Het niet of onvoldoende meewerken aan het behoud of
bevorderen van de arbeidsbekwaamheid;
Derde categorie
Het niet of In onvoldoende mate meewerken aan een
traject gericht op een voor de inschakeling in de arbeid
noodzakelijk geachte scholing of opleiding, dan wel aan
andere aangewezen activiteiten die de zelfstandige
bestaansvoorziening bevorderen;
Het weigeren van een passend aanbod voor kinderopvang,
dat noodzakelijk is voor de deelname aan het traject
gericht op arbeidsinschakeling, waaronder mede begrepen
wordt inburgering als onderdeel van de
arbeidsinschakeling;
Het in strijd handelen door de inburgeringsplichtige met
artikel 23, eerste lid van de Wet inburgering of de
krachtens artikel 23, derde lid, gestelde regels van de
Wet inburgering;
Het niet naleven van de uit artikel 7, eerste lid, van
de Wet inburgering voortvloeiende verplichting door de
inburgeringsplichtige tot het verwerven van mondelinge
en schriftelijke vaardigheden van de Nederlandse taal en
kennis van de Nederlandse samenleving binnen de in de
Wet inburgering vastgestelde periode.
Vierde categorie
Het niet of in onvoldoende mate gebruikmaken van een
door het college aangeboden voorziening gericht op
arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9, eerste
lid, onderdeel b, en artikel 10, eerste lid, van de WWB,
waaronder begrepen wordt het weigeren mee te werken aan
of gebruik te maken van een door het college aangeboden
traject, gericht op arbeidsinschakeling;
Het door de inburgeringsplichtige niet behalen van het
inburgeringsexamen binnen de bij of krachtens de
artikelen 32 en 33 van de Wet inburgering gestelde
termijnen.
Hoofdstuk 2
Artikel 12
Het niet nakomen van de overige verplichtingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening WIJ 2011