1.Als het college een hond door zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk vindt, kan het
de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein
van een ander.
2.Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te
houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste
1,50 meter.
3.Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te
houden van een muilkorf die:
vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat
verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en
c.zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de
korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de
korf aanwezig zijn.
4.Onverminderd het bepaalde in artikel 2:56, eerste lid onder c, moet een hond als bedoeld
in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt
uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader
afleesbaar is.
Hoofdstuk › Afdeling 10:
Artikel 2:58
Gevaarlijke honden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Wierden 2014