Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling 5:

Artikel 2:10

Voorwerpen op of aan de weg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Wierden 2014

Het is verboden de openbare plaats of een gedeelte van de openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de openbare plaats, de bruikbaarheid van de openbare plaats belemmert of kan belemmeren, of een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de openbare plaats; of het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: evenementen als bedoeld in artikel 2:24; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:15. overige gevallen waarin volgens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de openbare plaats is verleend. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor winkeluitstallingen en handelsreclame, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: het gebruik geen schade toebrengt of kan toebrengen aan de openbare plaats, de bruikbaarheid van de openbare plaats niet belemmert of kan belemmeren, en geen belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de openbare plaats; en het gebruik voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor objecten, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: het gebruik geen schade toebrengt of kan toebrengen aan de openbare plaats, de bruikbaarheid van de openbare plaats niet belemmert of kan belemmeren, en geen belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de openbare plaats; en het gebruik voldoet aan de redelijke eisen van welstand. de ingenomen oppervlakte is niet meer is dan vijftien vierkante meter; het object maximaal 1 maand wordt geplaatst; twee weken voor het plaatsen melding wordt gedaan bij het college met vermelding van de locatie en de periode. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoeld gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 6. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden. 7.Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel