Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en
00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur (sluitingstijd).
Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of
bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op 1 januari van 01.00 tot 06.00 uur
De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.
Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden
dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
6.Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of volgens de
Wet milieubeheer is voorzien.
7.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
8.de burgemeester kan nadere beleidsregels opstellen
8.Artikel 2:30 Afwijken sluitingstijd; tijdelijk sluiten
1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, (openbare) veiligheid,
8.gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
8.Artikel 2:31 Verboden gedragingen
8.Het is verboden in een openbare inrichting
de orde te verstoren;
zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten moet zijn op grond van een besluit volgens artikel 2:30, eerste lid;
op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.
8.Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen
In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.
8.Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan
8.Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.
8.Afdeling 9: Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Hoofdstuk › Afdeling 8:
Artikel 2:29
Sluitingstijd
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Wierden 2014