1.Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te
laten lopen:
a.binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die hond aangelijnd
is;
b.op een openbare plaats als die hond niet is voorzien van een halsband of een
ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder kent;
op akkers en in weilanden.
Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod in het eerste lid onder a,
niet geldt.
3.De verboden in het eerste lid, aanhef en onder a zijn niet van toepassing op de
eigenaar of houder van een hond:
a.die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat
begeleiden; of
b.die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale
hulp hond.
Hoofdstuk › Afdeling 10:
Artikel 2:56
Loslopende honden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Wierden 2014