1.De burgemeester weigert de vergunning als de vestiging en/of de exploitatie van de
inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, met een leefmilieuverordening of
met het bepaalde in of volgens deze verordening.
2.De burgemeester kan de vergunning weigeren als naar zijn oordeel door de
aanwezigheid van de inrichting de openbare orde wordt aangetast en/of de woon- of leef
klimaat in de omgeving van de inrichting nadelig wordt beïnvloed.
3.Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringgrond houdt de
burgemeester in ieder geval rekening met:
het karakter van de straat en van de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal komen te liggen;
de aard van de inrichting;
de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse al blootstaat of bloot zal komen staan door de exploitatie van de inrichting;
de concentratie van inrichtingen in een bepaald gebied;
de wijze van bedrijfsuitoefening door de leidinggevende(n) van de inrichting in deze of in andere inrichtingen;
de wijze van bedrijfsuitoefening van de inrichting in het verleden.
Hoofdstuk › Afdeling 15:
Artikel 2:80
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Wierden 2014