Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling 15:

Artikel 2:83

Intrekkingsgronden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Wierden 2014

1.Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6. kan de burgemeester de vergunning intrekken, als: aannemelijk is, dat een leidinggevende van de inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting; een leidinggevende van de inrichting toestaat of gedoogt, dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd; een leidinggevende van de inrichting zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele geaardheid; zich in of vanuit de inrichting andere feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting; is gehandeld in strijd met het bij of volgens artikel 2:82 bepaalde; een niet daarin vermelde persoon leidinggevende is geworden met betrekking tot de inrichting, waarop de vergunning betrekking heeft; als de bedrijfsuitoefening van de inrichting voor een periode van langer dan 3 maanden is of wordt onderbroken; als niet langer wordt voldaan aan het bepaalde in of volgens deze afdeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel