1.De burgemeester kan een inrichting - al dan niet voor een bepaalde duur - gesloten
verklaren:
als die inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning;
als die inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met het bepaalde in deze verordening of met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt zodra een besluit tot
sluiting op, in of nabij de toegang of toegangen van de inrichting is aangebracht.
3.Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbende(n) door de burgemeester worden
opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding
geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de
gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
4.Het is verboden, na het van kracht worden van de sluiting als bedoeld in het eerste lid,
bezoekers tot de inrichting toe te laten of daarin te laten verblijven.
5.Het is een ieder verboden in een bij besluit van de burgemeester gesloten inrichting als
bezoeker te verblijven.
Hoofdstuk › Afdeling 15:
Artikel 2:85
Sluiten van inrichtingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Wierden 2014