1.Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anders voor andere dan
verkeersdoeleinden worden gebruikt:
a.langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom
op de weg te plaatsen of te hebben, waar dit buitensporig is met het oog op het
verdelen van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien
van de gemeente;
b.binnen de bebouwde kom te parkeren, waar dit schadelijk is voor het uiterlijk
aanzien van de gemeente.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid onder a en b.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.
4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Hoofdstuk › Afdeling 1:
Artikel 5:6
Kampeermiddelen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Wierden 2014