Boetes die worden opgelegd op grond van het sinds 1 januari 2013 in het sociale zekerheidsrecht gecreëerde boeteregime moeten indringend worden getoetst aan het evenredigheidsbeginsel. Hierbij geldt als uitgangspunt bij bepaling van de hoogte van de boete:
opzet aantoonbaar: 100% van het benadelingsbedrag;
geen opzet, wel grove schuld: 75% van het benadelingsbedrag;
geen opzet en geen grove schuld: 50% van het benadelingsbedrag;
voldaan aan criteria van artikel 2a Boetebesluit of om andere reden sprake van verminderde verwijtbaarheid: 25% van het benadelingsbedrag.
Als sprake is van recidive moeten de verweten gedragingen elk op de aanwezigheid van opzet, grove schuld of verwijtbaarheid worden beoordeeld.
Artikel 1
Verminderde verwijtbaarheid
Onderdeel van Beleidsregel verwijtbaarheid en bestuurlijke boete Participatiewet, IOAW en IOAZ Ede.