Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 2.4.17

Loslopende honden, verboden plaatsen, identificatie

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Eindhoven 2010

Het is de eigenaar of houder van een hond of degene aan wiens zorg een hond kennelijk is toevertrouwd, verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is; op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een door middel van tatoeage aangebracht identificatiekenmerk, die de eigenaar of houder duidelijk doen kennen. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op door het college aangewezen plaatsen, mits de hond begeleid wordt door de eigenaar/houder. Het in het eerste lid, onder a gestelde verbod geldt eveneens niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.

Rechtspraak bij dit artikel