Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 2.4.8a

Glazen en blikken drinkgerei

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Eindhoven 2010

1.. De houder van een inrichting als bedoeld in artikel 2.3.1.1 is verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van zijn inrichting geen drinkgerei van glas of flessen van glas buiten de inrichting brengen. 2.. Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, drinkgerei van glas of geopende flessen van glas die kennelijk zijn bestemd voor het bewaren van drank bij zich te hebben of met zich mee te voeren. 3.. Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor: een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 2.3.1.1, eerste lid; de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet. 4.. Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 2.3.1.1 respectievelijk van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet verboden in een door de burgemeester aangewezen gebied en binnen een door de burgemeester aangewezen periode in een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.3.1.1 respectievelijk op de plaats waarvoor de genoemde ontheffing geldt, drank te verstrekken in drinkgerei van glas, in flessen van glas en in blikjes. 5.. Het in het vierde lid gestelde verbod geldt niet: a.  in het inpandige gedeelte van een horecabedrijf dan wel op daarbij horende, niet aan de weg gelegen terrassen, voor zover het glas en flessen van glas betreft, die niet in scherven uiteen kunnen vallen; b. in het inpandige gedeelte van een restaurant, van een afgescheiden restaurantgedeelte van een horecabedrijf, van een hotel of van een pension, dan wel op daarbij horende, niet aan de weg gelegen terrassen. 6.. Het is verboden op door de burgemeester aangewezen wegen of weggedeeltes in binnen een door de burgemeester aangewezen periode drank bij zich te hebben of met zich te voeren in glazen en flessen van glas en in blikjes. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid kan de burgemeester de wegen of weggedeeltes en periode aanwijzen in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of bescherming van het woon- en leefmilieu indien en voor zover de genoemde belangen dit noodzakelijk maken. 7.. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de in het vierde en zesde lid gestelde verboden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel